België slaagt voor zijn examen van de werkgroep van het Human Rights Committee van de UNO

Op 20 januari 2016 stelde België zijn tweede ‘Universal Periodic Review’ (UPR) voor tijdens de 24ste zitting van de werkgroep van het UNO Human Rights Committee.

Didier Reynders, minister van Buitenlandse Zaken en Paul-Henri Philips, Brussels International.

article_3-3
De Belgische delegatie op de zetel van de Verenigde Naties in Genève (foto: Jean-Pol Schrauwen – Dienst Communicatie – kabinet van de vicepremier en de minister van Buitenlandse Zaken).

 

De eerste UPR vond plaats in 2011 en leverde 88 aanbevelingen op, waar België op antwoordde door zijn verwezenlijkingen te beschrijven in het tweede rapport. Alle deelstaten– en dus ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door Paul-Henri Philips van Brussels International – droegen bij aan de redactie van het rapport, terwijl het maatschappelijk middenveld werd geraadpleegd via de ngo’s.

Het UPR 2-rapport werd voorgesteld door minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (omringd door een ruime delegatie), gevolgd door 99 tussenkomsten of aanbevelingen (van de 104 aangekondigde) door lidstaten van het UNO Human Rights Committee.

De volgende dag werd elk van die aanbevelingen onderzocht door een gezamenlijke werkgroep onder leiding van Bart Ouvry (directeur mensenrechten bij de FOD Buitenlandse Zaken) en Pierre Gillon (van de permanente vertegenwoordiging van België bij de Verenigde Naties in Genève). Vervolgens werden op vrijdag 22 januari 2016 antwoorden gegeven tijdens de plenaire zitting van het Comité.

De voornaamste geformuleerde aanbevelingen tijdens hun tussenkomsten handelden over het ratificeren van internationale conventies, het verbeteren van sommige beleidsvoeringen of procedures, het verbeteren van het genderbeleid en de interventieprocedures van de politiediensten.

Een gelijkaardig initiatief staat gepland voor 2020.

 

Lees meer : UNO Human Rights CommitteeUniversal Periodic Review